Horizontaal
1. Begrijpend lezen. (6)
4. Maak eerst een doorstart. (5)
7. Hoor je vaker in luilekkerland. (3,3,4,2)
9. Geen enkel bezwaar in dat dorp in Brabant. (5,2,5)
11. Niet ‘n deel van een vesting, of toch? (5)
12. Effect & instrument. (6)
Verticaal
1. Zo fraai geschreven zit, of niet? (2,3,3)
2. De laatste kei. (8)
3. Vlinder die in orde is. (3).
4. Familie van het muizenpootje. (6)
5. Waar moet je een Tunesiër plaatsen? (8)
6. Akkoord met namaak. (8)
8. Die tegenvoeter lijkt ook Frans. (6)
10. &&. (3)